beoefen
Uit WikiWoordenboek
beoefen
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beoefenen
- Ik beoefen.
- gebiedende wijs van beoefenen
- Beoefen!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beoefenen
- Beoefen je?
Persoonlijke instellingen