benieuwde
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·nieuw·de
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| benieuwen |
benieuwde
- derde persoon enkelvoud verleden tijd van benieuwen
- Het benieuwde me.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | benieuwde | benieuwden |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
benieuwde m
- iemand die uitziet naar nieuws
- De hal van de school stond vol benieuwden.
Bijvoeglijk naamwoord
benieuwde
- verbogen vorm van de stellende trap van benieuwd
- De benieuwde ouders konden hun ongeduld nauwelijks bedwingen.