bemoeien
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·moei·en
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bemoeien |
bemoeide |
bemoeid |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
bemoeien
- (wederkerend) zich ~ met: zich inlaten met zaken waar men niets mee te maken heeft
- Hij bemoeit zich er weer eens mee.
- (wederkerend) zich ~ met: zich bekommeren om iemand
- Ik bemoei me met niemand.
Vertalingen
1. zich inlaten met zaken waar men niets mee te maken heeft
2. zich bekommeren om iemand