belegerden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·le·ger·den

Werkwoord

vervoeging van
belegeren

belegerden

  1. meervoud verleden tijd van belegeren
    Wij belegerden.
    Jullie belegerden.
    Zij belegerden.