bazin
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ba·zin
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bazin | bazinnen |
| verkleinwoord | bazinnetje | bazinnetjes |
Zelfstandig naamwoord
bazin v
- vrouwelijke baas
- De kat zoekt een nieuw baasje of bazinnetje.
- Aan de bar dronk ik samen met de bazin van het café een biertje.