basen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·sen

Zelfstandig naamwoord

basen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord base


Deens

Woordafbreking
  • ba·sen

Zelfstandig naamwoord

basen, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van base


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
basar

basen

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van basar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van basar