barsten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bar·sten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| barsten |
barstte |
gebarsten |
| gemengd | volledig | |
Werkwoord
barsten
- (ergatief) heftig breken of uiteenspatten
- Het koude glas barstte toen er heet water in werd geschonken.
- (onovergankelijk) scheuren, splijten
Vertalingen
1. heftig breken of uiteenspatten
Zelfstandig naamwoord
barsten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord barst