balen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·len

Zelfstandig naamwoord

balen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord baal
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
balen
baalde
gebaald
zwak -d volledig
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontstaan uit: "er balen tabak van hebben": er meer dan genoeg van hebben

Werkwoord

balen

  1. (inergatief) gevoelens van groot ongenoegen koesteren
    Hij baalde enorm toen hij dat hoorde.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • het is flink balen
het is uiterst vervelend
Vertalingen