balen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·len

Zelfstandig naamwoord

balen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord baal
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
balen
baalde
gebaald
zwak -d volledig
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontstaan uit: "er balen tabak van hebben": er meer dan genoeg van hebben

Werkwoord

balen

  1. (inergatief) gevoelens van groot ongenoegen koesteren
    Hij baalde enorm toen hij dat hoorde.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • het is flink balen
het is uiterst vervelend
Vertalingen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
balar

balen

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van balar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van balar