arrestant
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ar·res·tant
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van arresteren met het achtervoegsel -ant [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | arrestant | arrestanten |
| verkleinwoord | arrestantje | arrestantjes |
Zelfstandig naamwoord
arrestant m
- iemand die in hechtenis is genomen door de politie
- De arrestant wordt 'verdachte' genoemd totdat bewezen is dat hij de moord gepleegd heeft.
- (juridisch) iemand die krachtens een bevelschrift of vonnis op iemands goederen beslag legt
Afgeleide begrippen
- arrestantenbus, arrestantenhok, arrestantenkamer, arrestantenlokaal, arrestantenwagen, arrestantenzorg
Vertalingen
1. iemand die in hechtenis is genomen door de politie