apostel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- apos·tel
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | apostel | apostels apostelen |
| verkleinwoord | aposteltje | aposteltjes |
Zelfstandig naamwoord
apostel m
- elk van de voornaamste twaalf leerlingen van Jezus en eerste verkondigers van het christendom
- verkondiger van een nieuwe leer
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. leerling van Jezus
2. verkondiger van een nieuwe leer
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.