alibi
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | alibi | alibi's |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
alibi o
- (juridisch) het kunnen aantonen dat men elders was tijdens het zich voltrekken van een misdaad, waardoor men uitgesloten kan worden van beschuldiging
- Aan zijn alibi kan niet getornd worden.