alibi

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord alibi alibi's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

alibi o

  1. (juridisch) het kunnen aantonen dat men elders was tijdens het zich voltrekken van een misdaad, waardoor men uitgesloten kan worden van beschuldiging
    Aan zijn alibi kan niet getornd worden.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen