afstudeert
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- af·stu·deert
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| afstuderen |
afstudeert
- (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afstuderen
- ... dat jij afstudeert.
- (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afstuderen
- ... dat hij afstudeert.