afstudeert

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·stu·deert

Werkwoord

vervoeging van
afstuderen

afstudeert

  1. (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afstuderen
    ... dat jij afstudeert.
  2. (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afstuderen
    ... dat hij afstudeert.