aflevering
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: aflevering (hulp, bestand)
Woordafbreking
- af·le·ve·ring
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van afleveren met het achtervoegsel -ing.
| 1 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | aflevering | afleveringen |
| verkleinwoord | afleverinkje | afleverinkjes |
| 2 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | aflevering | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
aflevering v
- elk onderdeel van een tv-serie dat op regelmatige tijden wordt uitgebracht of uitgezonden
- Ik heb die aflevering al drie keer gezien!
- het afleveren van iets
- De aflevering van deze goederen zal door het noodweer wat vertraagd worden.
Synoniemen
- [1] episode
Vertalingen
1. elk onderdeel van een tv-serie dat op regelmatige tijden wordt uitgebracht of uitgezonden
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.