afdoend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • af·doend
stellend
onverbogen afdoend
verbogen afdoende

Bijvoeglijk naamwoord

afdóénd

  1. toereikend om het probleem op te lossen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
afdoen

áfdoend

  1. onvoltooid deelwoord van afdoen
    Zijn hoed áfdoend liep hij de kerk binnen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen