adept
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- adept
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Latijnse adeptus.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | adept | adepten |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
adept
- ingewijde in de geheimen van een kunst of wetenschap van een sekte; in het bijzonder beoefenenaar der alchemie
Engels
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Franse adepte.
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| adept | more adept | most adept |
Bijvoeglijk naamwoord
adept