abdiqueren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ab·di·que·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
abdiqueren
abdiqueerde
geabdiqueerd
zwak -d volledig

Werkwoord

abdiqueren

  1. (inergatief) vrijwilling afstand doen van bestaande rechten of verantwoordelijkheden
    De Belgische en de Vlaamse overheid hebben schandelijk geabdiqueerd op het vlak van vakdidactisch onderzoek.
Synoniemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen