aanwezige

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·we·zi·ge

Bijvoeglijk naamwoord

aanwezige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van aanwezig
enkelvoud meervoud
naamwoord aanwezige aanwezigen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

aanwezige v/m

  1. iemand die iets bijwoont
    Er waren slechts een handvol aanwezigen.
    Onder de aanwezigen was ook de koningin.
Antoniemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen