Egyptenaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Egyp·te·naar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Egyptenaar Egyptenaren
(Egyptenaars)
verkleinwoord Egyptenaartje Egyptenaartjes

Zelfstandig naamwoord

Egyptenaar m

  1. (demoniem) een inwoner van Egypte
    De Egyptenaren staan bekend om hun gastvrijheid.
  2. (verouderd) zigeuner, Rom
    Men noemde zigeuners in die tijd (en vaak later ook): Egyptenaren, zonen van Farao, Heidenen, Tartaren, Bohémiens, Tsiganes, Gitanos, Gypsies (van ‘Egyptians’), Gigány en nog veel meer.[1]
Verwante begrippen
Verwijzingen
  1. Lier, H. van "Zigeuners en de muziek in Hongarije" in: De Gids. jrg.139 nr, 7 (1976) Meulenhoff, Amsterdam; p.458; geraadpleegd 2015-02-17