zondagssluitingen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·dags·slui·tin·gen

Zelfstandig naamwoord

zondagssluitingen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zondagssluiting