zengde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zeng·de

Werkwoord

vervoeging van
zengen

zengde

  1. enkelvoud verleden tijd van zengen
    • Ik zengde. 
    • Jij zengde. 
    • Hij, zij, het zengde.