zendelingengenootschapje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zen·de·lin·gen·ge·noot·schap·je

Zelfstandig naamwoord

zendelingengenootschapje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zendelingengenootschap