wortelknobbeltje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wor·tel·knob·bel·tje
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

wortelknobbeltje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord wortelknobbel
    • Hetzelve verlengt zich en zijn wortelbekleedsel berst, om het wortelknobbeltje te laten doorgaan, hetwelk voortgroeit en zich in de aarde verbergt. [1]

Gangbaarheid

Verwijzingen