winkeltje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • win·kel·tje

Zelfstandig naamwoord

winkeltje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord winkel

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.