vormgeeft

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vorm·geeft

Werkwoord

vervoeging van
vormgeven

vormgeeft

  1. (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vormgeven
    • ... dat jij vormgeeft. 
  2. (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vormgeven
    • ... dat hij vormgeeft.