voortplantingstijdje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voort·plan·tings·tijd·je

Zelfstandig naamwoord

voortplantingstijdje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord voortplantingstijd