volg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • volg

Werkwoord

vervoeging van
volgen

volg

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volgen
    • Ik volg. 
  2. gebiedende wijs van volgen
    • Volg! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volgen
    • Volg je? 


Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
volg
het gevolg
volledig

Werkwoord

volg

  1. volgen