voeteerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voe·teer·de

Werkwoord

vervoeging van
voeteren

voeteerde

  1. enkelvoud verleden tijd van voeteren
    • Ik voeteerde. 
    • Jij voeteerde. 
    • Hij, zij, het voeteerde.