Naar inhoud springen

vive

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  vive     la vive     vives     les vives  

vive v

  1. (straalvinnigen) pieterman

vive

  1. vrouwelijk enkelvoud van vif
vervoeging van
vivre

vive

  1. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van vivre


vervoeging van
vivar

vive

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van vivar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van vivar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van vivar
vervoeging van
vivir

vive

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van vivir
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van vivir