vitte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vit·te

Werkwoord

vervoeging van
vitten

vitte

  1. enkelvoud verleden tijd van vitten
    • Ik vitte. 
    • Jij vitte. 
    • Hij, zij, het vitte. 
  2. aanvoegende wijs van vitten