vierhonderdnegentigs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vier·hon·derd·ne·gen·tigs

Zelfstandig naamwoord

vierhonderdnegentigs mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vierhonderdnegentig

Gangbaarheid