verzonnen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·zon·nen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
verzinnen

verzonnen

  1. meervoud verleden tijd van verzinnen
    • Wij verzonnen. 
    • Jullie verzonnen. 
    • Zij verzonnen. 
  2. voltooid deelwoord van verzinnen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.