verwees
Uiterlijk
- ver·wees
| vervoeging van |
|---|
| verwijzen |
verwees
- enkelvoud verleden tijd van verwijzen
- Ik verwees.
- Jij verwees.
- Hij, zij, het verwees.
- Ik verwees.
- ▸ Een goede vriendin verwees me naar Maurits de Planque, een ervaren survival-instructeur van wie ik het een en ander hoopte te leren, zoals vuur maken, een schuilplaats bouwen en wat ik zou kunnen eten uit de natuur mocht ik verdwalen.[1]
- ▸ Ook hij verwees me door naar de dame van het Office du Tourisme.[2]
| vervoeging van |
|---|
| verwezen |
verwees
- Het woord verwees staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑ “” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280