versnellinkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·snel·lin·kje
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

versnellinkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord versnelling