verschalkte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·schalk·te

Werkwoord

vervoeging van
verschalken

verschalkte

  1. enkelvoud verleden tijd van verschalken
    • Ik verschalkte. 
    • Jij verschalkte. 
    • Hij, zij, het verschalkte. 
  2. verbogen vorm van verschalkt, voltooid deelwoord van verschalken