veroordeelde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·oor·deel·de

Werkwoord

vervoeging van
veroordelen

veroordeelde

  1. enkelvoud verleden tijd van veroordelen
    Ik veroordeelde.
    Jij veroordeelde.
    Hij, zij, het veroordeelde.