vergelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ge·lijk

Werkwoord

vervoeging van
vergelijken

vergelijk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vergelijken
    • Ik vergelijk. 
  2. gebiedende wijs van vergelijken
    • Vergelijk! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vergelijken
    • Vergelijk je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.