venza

Uit WikiWoordenboek

Spaans

Werkwoord

vervoeging van
vencer

venza

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van vencer
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van vencer
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van vencer