tweehonderdeenenzestigje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twee·hon·derd·een·en·zes·tig·je

Zelfstandig naamwoord

tweehonderdeenenzestigje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord tweehonderdeenenzestig

Gangbaarheid