turk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • turk

Werkwoord

vervoeging van
turken

turk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van turken
    • Ik turk. 
  2. gebiedende wijs van turken
    • Turk! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van turken
    • Turk je? 

Gangbaarheid