tanner
Uiterlijk
- van Oudfrans taner, tenner; een Latijnse vorm tanare is ook al in een 7de-eeuws glossarium geattesteerd [1]
- een afleiding van tan met het achtervoegsel -er
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| tanner |
tannais |
tanné |
| eerste groep | volledig | |
tanner
- overgankelijk (leerbewerking) tanen; looien
- overgankelijk (spreektaal) aan de kop zaniken, op de zenuwen werken [2]