tambaleemos
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| tambalear |
tambaleemos
- aanvoegende wijs eerste persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van tambalear
- gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) eerste persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van tambalear
| vervoeging van |
|---|
| tambalearse |
tambaleemos
- aanvoegende wijs eerste persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van tambalearse
- gebiedende wijs (ontkennend) eerste persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van tambalearse