tafelschikkinkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·fel·schik·kin·kje

Zelfstandig naamwoord

tafelschikkinkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord tafelschikking