soldaten
Uiterlijk
- sol·da·ten
de soldaten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord soldaat
- ▸ De warme stem van Nicolas klonk en er verschenen beelden van de drie jongens die zwommen in de rivier en die tot tieners opgroeiden en lachend over de hoogvlakte renden en een valk volgden, waarna andere beelden kwamen, van soldaten die hun mitrailleurs leegschoten op mannen die een voor een omvielen en in de kalil achter hen ploften, als dominosteentjes die kantelen op een stugge vloerbedekking.[1]
- ▸ Misschien dacht ze dat Isaac nog steeds om haar gaf, omdat hij helemaal naar hen toe was komen rennen alleen maar omdat een stelletje soldaten de macht probeerden te grijpen.[2]
- Het woord soldaten staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280 - ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704