Naar inhoud springen

slobber

Uit WikiWoordenboek
  • slob·ber
enkelvoud meervoud
naamwoord slobber slobbers
verkleinwoord slobbertje slobbertjes

deslobberm [2] [3]

  1. modder, slijk
  2. vloeibaar voer voor dieren
  3. (informeel) koffie
vervoeging van
slobberen

slobber

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slobberen
    • Ik slobber. 
  2. gebiedende wijs van slobberen
    • Slobber! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slobberen
    • Slobber je? 
96 %van de Nederlanders;
78 %van de Vlamingen.[4]