sitsen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sit·sen

Zelfstandig naamwoord

sitsen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord sits

Gangbaarheid

7 % van de Nederlanders;
11 % van de Vlamingen.