samplede
Uiterlijk
- sam·ple·de
| vervoeging van |
|---|
| samplen |
samplede
- enkelvoud verleden tijd van samplen
- Ik samplede.
- Jij samplede.
- Hij, zij, het samplede.
- Ik samplede.
- Het woord samplede staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.