Naar inhoud springen

salvage

Uit WikiWoordenboek
  • sal·va·ge
enkelvoud meervoud
naamwoord salvage salvages
verkleinwoord salvagetje salvagetjes

desalvagev

  1. berging van gezonken of in moeilijkheden geraakte schepen
  2. het (be)redden van goederen na een calamiteit zoals bij brand of waterschade
vervoeging
onbepaalde wijs to  salvage 
he/she/it  salvages 
verleden tijd  salvaged 
voltooid
deelwoord
 salvaged 
onvoltooid
deelwoord
 salvaging 
gebiedende wijs  salvage 

salvage

  1. bergen, redden
    «They tried to salvage the ship, but it sank too fast.»
    Zij trachtten het schip te bergen, maar het zonk te snel.