rationalise
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| rationaliser |
rationalise
- eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van rationaliser
- eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van rationaliser
- tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van rationaliser