randapparaatje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rand·ap·pa·raat·je

Zelfstandig naamwoord

randapparaatje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord randapparaat