rammei

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ram·mei

Werkwoord

vervoeging van
rammeien

rammei

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rammeien
    • Ik rammei. 
  2. gebiedende wijs van rammeien
    • Rammei! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rammeien
    • Rammei je? 

Gangbaarheid

12 % van de Nederlanders;
14 % van de Vlamingen.

Meer informatie